Den Haag,
01
juni
2017
|
11:49
Europe/Amsterdam

Bert schrijft Kees en Jet: de instellingstoets als spiegel

Bert++Verveld%2C+collegevoorzitter+Amsterdamse+Hogeschool+voor+de+Kunsten

Beste Jet en Kees, wat leuk dat jullie me vragen een duit in het ITK-zakje te doen. Ik ben benieuwd of ik nog veel toe te voegen heb aan jullie uitwisseling, want als ik beide inspirerende brieven lees, dan zijn alle argumenten eigenlijk al wel gewisseld. Zoals zo vaak is het uiteindelijk een keuze. Voor- en nadelen in de eigen context afwegend.

De vraag die Kees terecht opwerpt is: waarom zou je meedoen met de instellingstoets? Het is veel werk, het dubbelt toch – ondanks alle beste bedoelingen - met de opleidingstoetsen, het is een brandende hoepel waar je doorheen moet springen en waar je je dan nog lelijk aan kunt branden ook.

Wat ik bij externe validering en toetsing belangrijk vind, is dat je – in dit geval als hogeschool - wordt beoordeeld op je eigen doelstellingen, missie en kwaliteitseisen. Dus op de eisen die je zelf stelt. Natuurlijk, er zijn algemene principes en standaarden, maar het belangrijkste voor mij is: wat wil je als onderwijsinstelling en haal je dat ook? En hoe zorg je voor een goede borging?

In het geval van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten betekent dit dat onze governance en ons profiel speciale aandacht verdienen als onderdeel van de ITK. Tijdens de vorige ITK, die wij succesvol hebben doorlopen was dat ook het geval. Jullie weten dat wij niet een single-brand policy hebben (zoals Philips), maar een multi-brand profilering (zoals Unilever). Bij ons staan de zes academies voorop: de Academie van Bouwkunst, de Academie voor Theater en Dans, de Breitner Academie, het Conservatorium van Amsterdam, de Nederlandse Filmacademie en de Reinwardt Academie. Ik geloof dat we daar toch wel een beetje speciaal in zijn.

Die eigenschap is verankerd in het DNA van onze hogeschool. En dat loopt dan natuurlijk mee in de ITK. Net zoals de gemeenschappelijke waarden van het onderwijs in de academies van de AHK: kwaliteit (staat bij ons op nummer een), aandacht voor (jong) talent, kleinschaligheid, uitdagend onderwijs, individuele ontwikkeling van de student en ontwikkeling van het ambacht, het aanleren van onderzoekende vaardigheden, zelfreflectie en kritische zin, verbinding met de beroepspraktijk, ondernemerschap, maatschappelijke relevantie en uiteraard: creativiteit. Dat komt natuurlijk allemaal tot uitdrukking in het beleid, de kaders voor de onderwijsvisies van de academies en de kwaliteitszorg en dáár gaat de instellingstoets over.

Uiteindelijk geldt hetzelfde voor andere hogescholen: iedereen heeft zijn/haar eigen DNA en wil daarop worden beoordeeld. Het proces van voorbereiding is dan tegelijkertijd een zelfonderzoek. Zijn wij als hogeschool nog degene die wij denken te zijn of die wij willen zijn? Klopt de visie op onderwijs en op de manier waarop we die vorm willen geven met de praktijk waarmee onze studenten tijdens de opleiding en ook daarna te maken krijgen? Het lijkt me niet alleen belangrijk dat in elke opleidingsvisitatie apart vast te stellen, maar ook gezamenlijk op instellingsniveau. Ook in een instelling als de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten met zes sterke merken.

De instellingstoets gaat uiteindelijk over wie wij zijn en wie wij willen zijn, over ons DNA en profiel én over de manier waarop we dat terugzien in het onderwijs. Daarop mogen we worden aangesproken.

Dus, beste Jet en Kees, ik geloof dat we de ITK moeten gebruiken om naar onszelf te kijken in de spiegel die anderen ons voor (kunnen) houden. In dat licht ben ik wel een voorstander van een lichtere toets, die de focus legt op het eigen profiel en minder ballast meeneemt van zaken die bij opleidingsvisitaties toch ook worden meegenomen.

Zullen we daar – ook in de huidige fase - verder over spreken, zowel in eigen kring als met NVAO en OCW?

Met hartelijke groet,

Bert Verveld, collegevoorzitter Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Over deze blog

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.