Den Haag,
28
maart
2017
|
11:42
Europe/Amsterdam

Jet schrijft Kees: feedback voor Van de Donk

Kees, briesend kwam een collega van me binnenlopen vorige week. Ze had net het rapport ‘Van afvinken naar aanvonken’ gelezen van de Commissie Van de Donk. Ze vond het een belediging van het hbo en een ontkenning van alle goede dingen die in het hbo al gaande zijn. Ik heb daarop extra mijn best gedaan het rapport te lezen vanuit de overtuiging dat de commissie het hoger onderwijs goed gezind is en ons met veel vertrouwen beziet.

De commissie is grondig te werk gegaan en komt met conclusies die grotendeels aansluiten bij wat wij zelf graag willen. De overheid moet een strategische visie hebben over onderwijs en onderzoek, kaders stellen inzake kwaliteit toegankelijkheid en doelmatigheid. Gelukkig doet de overheid dat al – verbeterpunt vindt de commissie de verbinding van onderwijs met onderzoek. Vervolgens zijn we zelf aan zet. Ik ken geen instelling die in zijn strategie of instellingsplan geen rekening houdt met wat de overheid aan eisen stelt. Zowel verticaal als horizontaal proberen we onze instellingen zo goed mogelijk te laten aansluiten bij wat de wensen zijn. Ik zeg niet dat het makkelijk is (want er zijn soms tegenstrijdige belangen en elke instelling maakt keuzes vanuit de eigen context), maar iedereen doet het. Dat blijkt ook uit de eindrapportage van de Review Commissie Hoger Onderwijs. Dat de regio hierin aan belang wint en dus expliciet aandacht moet krijgen, is evident; hierin kunnen we zelf initiatief nemen.

In lijn met de Commissie Veerman (Differentiëren in drievoud) wordt door de instellingen bovendien steeds meer geprofileerd, leidend tot scherpere keuzes. Van de Donk spreekt, met de Review Commissie, waardering uit voor wat tot nu toe is bereikt en spoort ons aan hierin door te zetten. Dat is niet aan dovenmansoren gericht. Bovendien wil Van de Donk kwaliteitsafspraken in lijn met de recente wetswijziging. De vraag is vooral hoe we die afspraken invulling geven.

Gepleit wordt voor een beperkte set van indicatoren waar elke instelling ambitie op moet formuleren. Daarnaast kun je zelf, passend bij je profilering, eigen indicatoren definiëren en toevoegen. Vervolgens wordt gepleit voor een lange termijn perspectief, twee keer vijf jaar, omdat veranderen in het onderwijs en onderzoek een lange adem kent. Ik vind het een goed voostel. Ons instellingsplan voldoet hieraan. Zo kijken we bij Inholland naar accreditatiescores als uitdrukking van onze kwaliteit (bijvoorbeeld: kunnen we voor opleidingsvisies het oordeel goed in plaats van voldoende scoren?). En reken maar dat rendement bij ons een belangrijke indicator is. Ik ben daar helemaal niet vies van. Sterker nog, daar moeten we het over hebben – dat raakt voor ons als hbo-instelling immers aan onze kernactiviteit.

Daarmee zeg ik niet dat ons rendement altijd maar kan stijgen. Het is niet maakbaar, omdat studenten allerlei hordes te nemen hebben op hun pad naar het diploma en ook omdat ontwikkeling niet altijd gebaat is bij ‘zo snel mogelijk studeren’. Gelukkig is de Commissie Van de Donk dat met ons eens. Zo zou ik dus bij een te maken kwaliteitsafspraak, een heel ander voorstel doen vanuit Inholland dan we eertijds bij de Review Commissie hebben gedaan. Dat leergeld heb ik betaald.

 

Jet de Ranitz, collegevoorzitter Hogeschool Inholland
Ik zie veel moois in Van de Donk, maar ook een risico. Ik kijk uit naar het debat hierover.
Jet de Ranitz, collegevoorzitter Hogeschool Inholland

Bij de laatste twee aanbevelingen kan ik de commissie niet meer volgen. Voorgesteld wordt een ‘permanente commissie kwaliteit en innovatie hoger onderwijsstelsel’ op te richten. Dat is gek, omdat de commissie zelf stelt dat “de drukte in het hoger onderwijsstelsel aanzienlijk is” (p 27). Argument is dat er geen stelselmatige doorlichting van het hoger onderwijs gericht op de lange termijn plaats zou vinden. Er wordt geen onderbouwing voor deze stelling geleverd en ik snap ook niet waarom bestaande organen, zoals de NVAO, de Inspectie of het Ministerie zelf, deze analyse niet zouden kunnen maken als het waar zou zijn. De drukte neemt in elk geval niet af hiermee.

Ten slotte wordt voorgesteld om een aanzienlijk deel van de bekostiging te koppelen aan de kwaliteitsafspraken: de bestaande prestatiebekostiging + de studievoorschotmiddelen. Bij Inholland ruim 10% van de begroting op basis van huidige berekeningen. Geld dat de instelling alleen kan krijgen bij goedgekeurde afspraken en dat kan worden onttrokken bij tegenvallende resultaten. Dit gaat lijnrecht in tegen de uitkomsten van het essay van Hans de Bruijn dat de commissie zelf citeert op pagina 11: “hoe hoger de impact, hoe groter de kans op perverse effecten”, leidend tot de aanbeveling “Beperk de impact van prestatiesturing”. Ook de Review Commissie wijst op dit risico (p 13).

Wanneer 10% van je omzet kan wegvallen, kun je in grote problemen komen. Dat kan van grote invloed zijn op medewerkers en studenten. Dit leidt tot ofwel tamme afspraken (want zeker haalbaar) of heftige bewegingen in het stelsel (want de effecten van de korting zijn enorm) of, in het ergste geval: toegeven aan perverse prikkels. Alle drie niet wenselijk, zou ik zeggen.

Ik vind zo’n heftige korting bovendien overbodig. De hogescholen die een negatief oordeel hebben gekregen van de Review Commissie hebben ervaren dat de media aandacht volgend op dit oordeel een enorme invloed heeft. Die leidt namelijk tot ‘tucht van de markt’: studenten, ouders en ondernemers in ons werkveld die ons bevragen. Het effect is merkbaar. Als je wilt dat kwaliteitsafspraken ‘tanden hebben’, is ‘naming & shaming’ dan niet genoeg? Als Inholland durf ik wel te zeggen dat reputatieverlies het meest pijnlijk is en het moeilijkst te herstellen.

Ik wil niet vervallen in de bestuurlijke prietpraat waar je me laatst op trakteerde, Kees. Ik wil vooruit vanuit vertrouwen. Ik zie dus veel moois in Van de Donk en was het daarom niet eens met mijn briesende collega. Maar ik zie ook een risico. Ik kijk uit naar het debat hierover.

Hartelijks,

Jet

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
Boilerplate

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Contact
photo:Nieuwsredactie Inholland
Nieuwsredactie Inholland
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws