Den Haag,
25
oktober
2016
|
13:55
Europe/Amsterdam

Jet schrijft Kees: Prestatieafspraken, vinken of vonken?

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Beste Kees,

Je vroeg me of ik de paradigmashift, waarover jij in je essay schrijft, ook ervaar. Het antwoord daarop is ja. Ik ervaar dat de hele publieke sector op zoek is naar nieuw evenwicht. Grote doelen, zoals een duurzame en gezonde samenleving kun je niet bereiken door alles puur bedrijfsmatig aan te pakken (hetgeen overigens niet wil zeggen dat duurzaam altijd duurder of minder efficiënt zou zijn; integendeel). Maar ook een kleine aanpassing voor een student, die iets nodig heeft, krijg je soms niet voor elkaar als je stuurt op efficiëntie. Soms hebben we alles volgens de regels gedaan en toch blijkt dat niet de beste oplossing. Vonken in plaats van vinken; dat willen we en daar is een shift voor nodig.

Tegelijk heeft het ‘new public management’ ons niet alleen slechte gewoontes gebracht. We hebben tenslotte doelen te bereiken en we moeten zuinig met onze middelen omspringen. Ik voel me daar zeer verantwoordelijk voor. Er is niks mis met afspraken maken en verantwoording afleggen over hoe je het ervan af gebracht hebt. Dat is dezer dagen erg actueel omdat de Review Commissie voor het Hoger Onderwijs de adviezen over onze hogescholen aan de Minister van Onderwijs zal presenteren.

Hoe passen de prestatieafspraken in de paradigmashift? Passen ze in het oude denken of het nieuwe? Ik denk dat ze feitelijk een uiting zijn van de shift zelf. Ze beoogden duidelijk te maken waar de sterke punten in het onderwijs liggen via profilering en daagden ons uit keuzes te maken passend bij onze eigen context. Op papier mochten we daar onze eigen doelen bij stellen. So far so good. Hoewel voor Inholland de prestatieafspraken op een cruciaal moment een wenkend perspectief naar de toekomst vormden (en was de externe goedkeuring voor ons daarbij van waarde), vind ik dat het qua proces beter had gekund. In de eerste plaats was er vrijwel geen tijd om onze stakeholders mee te nemen (daarmee is het draagvlak beperkt, zeker als je hbo-breed kijkt). Ten tweede kregen we nogal wat ‘hoe-opdrachten’ mee in het hoofdstukje maatregelen. Ten derde – en dat is wellicht wel de grootste makke – ging er een suggestie van uit dat alle indicatoren omhoog zouden kunnen en dat dit goed te doen was als je maar hard je best deed. Er was daarbij een hoge druk om zeer ambitieuze doelen te stellen, waarvan je je nu kunt afvragen of dat eigenlijk wel realistisch was. De laatste fout is nog niet gemaakt, maar ligt op de loer: bijltjesdag voor wie het niet gehaald heeft, ondanks grote inzet. Als wij dat met onze mensen zouden doen, loopt alle motivatie de tent uit.

 

Het gaat er om te begrijpen waarom de dingen die we heel graag willen, soms niet lukken. Opdat we het beter kunnen doen; leren van wat misging en weer doorgaan.
Jet de Ranitz, collegevoorzitter Hogeschool Inholland

Hoewel ik het ambitieniveau begrijp (we willen toch vooruit met zijn allen), is de opdracht die we onszelf gesteld hebben, buitengewoon ingewikkeld gebleken. Zeker bij Inholland was de situatie complex. Het aantal contacturen opschroeven is een relatief eenvoudig door te voeren maatregel. Het behalen van meer studiesucces door studenten, is een stuk weerbarstiger... De opdracht om het onderwijs te verzwaren (wat bij ons sterk aan de orde was) stond op enorme spanning met het verlagen van de uitval en het verhogen van het rendement. Zeker als je volop negatieve pers krijgt en twee reorganisaties door moet voeren. We hebben vol overtuiging voor de kwaliteit van ons onderwijs gekozen en zijn daarin geslaagd, maar de uitkomsten voor uitval en rendement zijn niet behaald. Toch zou ik niets willen veranderen aan onze keuzes: ik ben trots op wat onze mensen en studenten hebben bereikt de afgelopen jaren. Dat Inholland er nu goed voor staat is een enorme prestatie.

Terug naar de paradigmashift. Ik denk dat het goed is om afspraken te maken en als bestuur duidelijke keuzes te maken met de hogeschoolgemeenschap. Daar mag je ons op aanspreken. Maar daarbij moeten we wegblijven van instrumentele sturing en onhaalbare doelen. En het belangrijkste is dat het vervolgens niet gaat om keihard afrekenen, maar om te begrijpen waarom de dingen die we heel graag willen, soms niet lukken. Opdat we het beter kunnen doen; leren van wat misging en weer doorgaan. Net zoals we onze studenten aansporen het te blijven proberen, zo moeten ook wij dat blijven doen.

De prestatieafspraken zijn een uiting van de paradigmashift: we wilden het anders doen, maar deden dat nog binnen het oude kader. De kwaliteit is structureel verbeterd, maar sommige vinkjes staan verkeerd. Wordt het bijltjesdag of een leercurve? Gaan we nu vinken of vonken?

Ik ben benieuwd hoe jij dat beziet in het kader van ‘professionals governance’. Wat zou daar nu goed bij passen als landelijk arrangement?

Hartelijks,

Jet

Reacties 1 - 1 (1)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
Sander van den Eijnden
27
October
2016
Jet de Ranitz heeft gelijk. De studenten van InHolland verdienen het beste, hun hogeschool afvinken doet ze onrecht.
Contact
photo:Nieuwsredactie Inholland
Nieuwsredactie Inholland
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws