Arnhem/Nijmegen,
09
november
2016
|
14:29
Europe/Amsterdam

Kees schrijft Jet: Hoe kijk je naar een hogeschool?

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Beste Jet,

Tsja, die prestatieafspraken. Je vraagt me hoe die zich volgens mij verhouden tot het principe van ‘professionals governance’ en wat daar nu bij zou passen als toekomstig landelijk experiment. Ik denk dat het van groot belang is om helder te maken vanuit welk kader of perspectief je die vraag beantwoordt. Dat werd mij onlangs weer eens goed duidelijk na afloop van de algemene vergadering van de Vereniging Hogescholen. Wij maakten toen kennis met de evaluatiecommissie, die moet onderzoeken hoe dat fenomeen prestatieafspraak nu heeft uitgepakt en of het wenselijk is, en zo ja: hoe, om ermee door te gaan. De commissie moet, desgevraagd, straks aangeven hoe zij de werking beoordeelt. De commissie vroeg ons om te beginnen hoe wij een en ander beleefd hadden. Daarop werd van alles geantwoord. En zo ontwikkelde zich een gesprek. Toen ik de vraag stelde vanuit welk beoordelingskader de commissie nu gaat oordelen, werd mij geantwoord: ‘daar gaat de commissie over, wij verzoeken u de methode aan de commissie te laten’. Als ware het een parlementaire enquêtecommissie. Ik schrok me een hoedje en was eerlijk gezegd verbouwereerd. Want op het cruciale punt werd het gesprek geblokkeerd. Ik zal dat toelichten.

Als je een voorstander bent van marktconform sturen in de collectieve sector, dan zeg je als overheid: wie betaalt, bepaalt, net zoals in de commerciële wereld. Dus mag je als overheid vrij ver gaan in het ‘afspreken’ en ‘aansturen’ van jouw instellingen over wat ze moeten ‘leveren’ en zelfs hoe ze dat moeten doen. Je wilt dan ook financiële prikkels inbouwen, met een bonus-malus systeem, gebaseerd op ‘meetbare’ indicatoren. Studenten worden dan ‘klanten’, die je bij voorkeur ook het geld moet geven, zodat zij zelf kunnen kiezen waar zij onderwijs kopen, precies zoals zij dat zelf willen hebben. Een hogeschool is in dit paradigma primair een ‘organisatie’, die subsidiair bijvoorbeeld best wat aan ‘Bildung’ mag doen. Maar de ‘arbeidsmarktrelevantie’ is leidend. Als je vanuit dit paradigma gaat analyseren en beoordelen hoe prestatieafspraken hebben gewerkt, dan kom je waarschijnlijk tot een vrij positief oordeel en zal het advies zijn: ga er mee door, maar pas hier en daar een beetje aan wat je precies doet en/of hoe je dat doet.

Als je, zoals ik, in een ander paradigma denkt, namelijk dat een publiek gefinancierde onderwijsinstelling primair een institutie is, waarin het naast het beroepsperspectief ook en zelfs vooral om ‘vorming voor het leven’ gaat, dan kijk je door een heel ander brilletje. Een hogeschool is dan subsidiair een organisatie met ‘targets’.

Welnu, dit fundamentele gesprek wordt niet gevoerd en dus krijgen we hoogstwaarschijnlijk een technische, instrumentele evaluatie van de prestatieafspraak.

Vanuit mijn paradigma vind ik het fenomeen prestatieafspraak ten principale verkeerd. Ik wil overigens niet ontkennen dat het best wat goeds heeft gebracht. Kijk, het onderwijs, met name het hbo, is er traditioneel niet sterk in om op professionele wijze het gesprek te voeren over kwaliteit en resultaat. Dat blijft toch een moeilijk verhaal. Professionele feedback wordt al gauw persoonlijk opgevat, een enkele onvoldoende bij een Resultaat &Ontwikkelingsgesprek heeft vaak dramatische toestanden tot gevolg, zodat ze ook nauwelijks gegeven worden. Dus enige zakelijke scherpte en focus: prima! Dat is absoluut een positief effect van het fenomeen. Maar toch, het is teveel vanuit de ‘organisatie’ gedacht. En omdat het ‘product’ onderwijs geen echt product is, is de kwaliteit ervan heel moeilijk in meetbare indicatoren uit te drukken. Dus kiest men voor indicatoren die niet de doelstelling (het ‘waarom’) van onderwijs betreffen (zoals persoonlijke vorming), maar de middelen (het ‘hoe’, zoals jij in je column ook aangeeft): overhead, contacttijd, percentage masters etc. Ik zeg niet dat dat allemaal niets te maken heeft met kwaliteit. Maar als je op deze dingen zwaar gaat sturen, zoals binnen de HAN is gebeurd, dan kan het heel snel afleiden van de essentie. Het instrumentele hoe verdringt het waarom en waartoe. Dus kun je de prestatieafspraken (vrijwel) allemaal halen, zonder dat daarmee iets gezegd is over de kwaliteit van datgene wat een publieke hogeschool wezenlijk tot school maakt: een intrinsieke mix van kwalificatie en persoonlijke vorming, hartelijke betrokkenheid bij studenten, aandacht voor studenten met problemen (die daardoor soms met vertraging alsnog een diploma halen), brede toegankelijkheid, een hoog inhoudelijk niveau van onderwijs enzovoorts. En of de overhead nu 23 of 24 procent bedraagt, dat interesseert mij geen bal, want we hebben geen winstdoelstelling en ook geen aandeelhouders die we dividend uit moeten keren. Kijk, als je stuurt op de doelen en dan bijvoorbeeld op de kwaliteit van accreditaties, en als dan zowel de studenten en de docenten als de buitenwereld tevreden zijn, dan is overhead geen issue. Weet je wanneer overhead een issue wordt? Wanneer beginnen docenten daar, terecht over te klagen? Als het in de hogeschool niet meer over die doelen gaat, als er allerlei mensen worden aangesteld die met dat ‘hoe’ bezig zijn en controles daarop uitvoeren.

Aangezien de hoeveelheid tekst nu alweer de limiet heeft bereikt, kom ik een volgende keer graag terug op de vraag wat dit nu betekent voor een volgend ‘landelijk arrangement’. Ik vond het belangrijk om eerst het onderliggende, fundamentelere, niveau te adresseren.

Met collegiale groeten,

Kees

 
Reacties 1 - 2 (2)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
J.C. Verhage
09
November
2016
Ik volg met grote interesse jullie discussie. Ik zie dat dit ook via facebook kan worden gedeeld. Daaruit begrijp ik dat deze discussie publiek op elk forum besproken kan worden? Ik vind het noodzakelijk dat de discussie over de gang van zaken binnen het onderwijs mede moet worden gevoerd door docenten die dagelijks ervaren hoe de vlag er voor staat. Ik mag aannemen dat jullie dan ook geen probleem hebben met stevige interventies? Dat er ook geschreven gaat worden dat dit soort discussie's wellicht interessant zijn, maar dat wij het eerst en vooral eens moeten hebben over bijvoorbeeld het (algemeen) kennisniveau van instromers van het hoger onderwijs.De positie van de docent als sandwitch tussen politiek en maatschappij zonder voldoende steun en rugdekking. Over het steeds minder tijd hebben om datgene te doen waarvoor men staat: namelijk onderwijs geven. Dat docenten wel een mening hebben over de mogelijke ravage van al die onderwijsvernieuwingen in de afgelopen jaren? Kan jij Jet en Kees eens uitleggen (misschien heb ik wat gemist hoor) wat nu de bedoeling is van deze schriftelijke happening? Wat willen jullie bereiken? Wie wil je bereiken? Wil je wat losmaken? Wil je een publieke discussie? Wat beogen jullie.
Ik hoor het graag. Om mij heen hoor ik er verder niemand over, vandaar.
Jet de Ranitz
10
November
2016
Ha Jasper, we twitteren er ook over, dus ja, de discussie is publiek. We hebben als eerste oogmerk wat meer transparantie te scheppen over wat ons bezig houdt. Reacties van collega's zoals jij zijn natuurlijk welkom. Eerlijk gezegd denk dat wat jij aansijdt één van de dingen is die Kees en mij dwars zitten, dat de afspraken zoals ze werden ingestoken niet aansluiten bij de realiteit die jij als docent elke dag ervaart. Hoe kan dat beter? Suggesties welkom! Groet, Jet
Pieter Jan Smit
09
November
2016
Als instelling in het HBO doelen vaststellen en die voorleggen aan de financier, is daar dan geen ruimte voor? Het veronderstelt wel dat er een visie op onderwijs is, heeft de instelling die dan ook?
Jet de Ranitz
10
November
2016
Beste Pieter Jan, ik hoop van harte dat de doelen zoals we die in ons Instellingsplan hebben opgeschreven ook zullen worden omarmd door anderen. In de prestatieafspraken zoals ze eertijds zijn gemaakt, was daar weliswaar ruimte voor, maar er werden ook afspraken gemaakt over zaken die niet direct het hart van het onderwijs raken. Dat lijstje met andere eisen was een verplicht nummer. Daar schrijft Kees over (en ik ook in mijn eerdere brief).
Over je vraag aangaande visie: op hoofdlijnen vinden we er wel wat van bij Inholland (zie Instellingsplan), maar we vinden vooral dat een opleiding zelf die visie moet hebben, passend bij het beroep. En dat zal per opleiding kunnen (en moeten) verschillen.