Arnhem/Den Haag,
07
december
2016
|
09:03
Europe/Amsterdam

Kees schrijft Jet: Kritische feedback is goed voor iedereen

Jet+de+Ranitz+%28collegevoorzitter+Hogeschool+Inholland%29+en+Kees+Boele+%28collegevoorzitter+Hogeschool+van+Arnhem+en+Nijmegen%29

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Beste Jet,

Het is weer erg interessant en herkenbaar wat je schrijft. Graag ga ik in op je vraag onderaan je brief en dan kom ik vanzelf op de dingen die je voorafgaand daaraan hebt geschreven.

Op 25 januari dit jaar hebben wij ons nieuwe Instellingsplan (saaie term natuurlijk, hierna ‘IP’) voor de periode 2016-2020 gepresenteerd, in aanwezigheid van vele studenten, collega’s en vertegenwoordigers uit het werkveld. Aan het eind van die bijeenkomst heeft één van elk van deze drie categorieën samen met mij een handtekening gezet onder het plan, nadat zowel de medezeggenschap als de toezichthouders hun hartelijke instemming ermee hadden betuigd. Het symbolisch ondertekende plan kreeg daarmee het karakter en ook de status van een lokale of regionale ‘prestatieafspraak’, door onszelf geïnitieerd en geënsceneerd. Paul van Meenen (onderwijswoordvoerder D66 in de Tweede Kamer) was er als gastspreker bij en etaleerde zijn enthousiasme over het construct.

Deze bijeenkomst en vooral ook het enthousiasme van alle betrokken er omheen had mijns inziens sterk te maken met zowel de inhoud ervan als met het proces wat eraan voorafging. Eerst de inhoud. Deze is kort en bondig, in omvang minder dan een vijfde van het vorige instellingsplan dat ten grondslag lag aan de formele prestatieafspraken met OCW. Maar wat belangrijker is: er staat geen enkel getal in, behalve dan de bladzijnummering en enkele jaartallen. Er staat ook niks in over het aantal contacturen, het percentage overhead, of wat dies meer zij. Die dingen zijn niet onbelangrijk, maar ze bevinden zich niet op het niveau van het ‘waarom’ en ‘waartoe’ van de HAN en daarom inspireren en motiveren ze ook nooit. Daarom is ons IP vooral een kwalitatief, inhoudelijk perspectief dat richting geeft aan wat wij (studenten, collega’s, buitenwereld) met en voor elkaar willen doen.

Dan het proces. Want wat nog belangrijker is: alle geledingen hebben in tal van sessies en met behulp van verschillende werkvormen actief meegewerkt aan de totstandkoming van het perspectief. Want ‘eigenaarschap op inhoud ontstaat uitsluitend via het proces’, zoals organisatieadviseurs zeggen, zoals ik dat zelf als leidinggevende door schade en schande heb moeten leren. Vooral de dag van 12 juni 2015, toen we met alle HAN-collega’s een hele dag tegelijk met elkaar in conclaaf zijn geweest, was een bijzonder moment in dit proces. Daarom was het uiteindelijke IP voor velen herkenbaar in zijn vorm en inhoud, is er nog steeds veel ‘eigenaarschap’ en wordt er dientengevolge, zonder dat er veel actieve sturing voor nodig is, bijna als vanzelf in de hele HAN sterk in de geest van dit plan gewerkt. Ik kan dit ook met andere woorden zeggen: als je de professionals samen met de studenten vrijheid en verantwoordelijkheid geeft, gebeuren er de mooiste dingen. Je moet het proces natuurlijk wel een beetje regisseren en soms moet je eens zeggen ‘dat doen we even niet/wel’, maar dat snapt iedereen. Dit is in feite ‘professionals governance’. Zo zou het in termen van prestatieafspraken toch eigenlijk betrekkelijk eenvoudig kunnen: je spreekt plaatselijk of regionaal af met al je inhoudelijke belanghebbenden (studenten, medewerkers, werkveldvertegenwoordigers) en je formele gesprekspartners (medezeggenschap, raad van toezicht) waar je samen voor wilt gaan, vooral op het niveau van ‘waarom’ en ‘waartoe’. Als er op dat niveau, het niveau van bestaansreden en doelen dus, werkelijke betrokkenheid is, dan is de rest een uitkomst daarvan, een vrij zekere uitkomst zelfs, durf ik wel ‘evidence based’ te zeggen. Die uitkomst houden we dan wel in de gaten (in ons geval de scores op accreditatiestandaarden, de tevredenheid van studenten, collega’s en het werkveld, alsmede dit seizoen in het bijzonder de tijdigheid van roosters en de informatievoorziening naar studenten), maar niet in de vorm van ‘managementcontracten’ of zo.

 

Kees Boele, collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Het heel goed als iedereen in onze hogescholen, jij en ik voorop, open staat voor kritische feedback, niet altijd leuk, maar wel heilzaam.
Kees Boele, collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Ik vind en vond het prachtig om dat hele IP-proces mee te maken en de ‘flow’ te proeven die dit teweeg heeft gebracht. Maar soms is het ook moeilijk en moeizaam. En dan raak aan de dingen die jij schrijft. Wat doe je als je een bepaalde opleiding traag ziet verbeteren? Wat doe je als er duizend bloemen gaan bloeien en al die verschillende bloemen hun eigen, en dus dure ondersteuning claimen bij de afdeling ICT? Wat doe je als een opleiding, gestimuleerd en gelegitimeerd door het IP, het hele curriculum herontwerpt, met prachtige eerste resultaten, maar ook met een dalende studenttevredenheid? Ga je in deze gevallen dan toch ‘straffen’? Zeker niet, want dan zet je natuurlijk meteen een dikke streep door je eigen koers van perspectief schetsen, vrijheid bieden, vertrouwen uitspreken. Laat je het dan maar begaan, ook als je brieven krijgt van ontevreden studenten? Dat kan ook niet, want hoe mooi het perspectief ook is, ik wil natuurlijk wel dat elk van die 34.000 studenten, van wie velen moeten lenen en werken om bij ons te studeren, een dijk van een opleiding krijgen, van een inhoudelijk goed niveau, vlekkeloos georganiseerd en in een positieve en betrokken atmosfeer. Ik kan mij er bijvoorbeeld ontzettend aan ergeren als er opleidingen zijn waar roosters niet op tijd zijn, wijzigingen niet of te laat worden doorgegeven enzovoorts en vooral: als dat (kennelijk) niet als een urgent of betekenisvol probleem wordt gezien (in tegenstelling bijvoorbeeld tot een mooie RAAK-aanvraag of een interessant congres of de werkdruk). Ons hart moet liggen bij de student. We zijn uiteindelijk toch gewoon een school? Weliswaar een hogeschool, maar ook dat is een school.

Dat voel ik echt zo en als bestuurders hebben wij de zware en mooie eindverantwoordelijkheid voor al die duizenden overwegend jonge mensen, in een cruciale fase van hun leven. Kortom, ook voor mij een hele worsteling. Die breng jij ook onder woorden. Pas kreeg ik zelf van mijn HAN-directieteam ook forse feedback op mijn nauwelijks verholen ergernis over dingen die niet snel of goed (genoeg) gaan. Dan word je op jezelf teruggeworpen en zie je dat je eigen gedrag niet altijd spoort met dat wat je predikt. Daarom is het heel goed als iedereen in onze hogescholen, jij en ik voorop, open staat voor kritische feedback, niet altijd leuk, maar wel heilzaam. En dat we dit nu ook nog publiekelijk mogen wisselen!

Zo, dat was het voor deze keer. Het is vrijdagmiddag 15.30 uur en zo dadelijk ga ik op verzoek van een vriend van me (met wie ik enkele keren per jaar al wandelend over van alles praat, telkens afgesloten met een biertje en bitterballen) in gesprek met diens zoon. Deze jongen zit halverwege een studie en weet niet zo goed wat hij nu verder wil. Mijn vriend dacht dat een gesprek met een type als ik misschien zou kunnen helpen op dit moment. Wat is er mooier dan zo’n gesprek? Immers, alles wat wij als bestuurders doen en laten zou toch ten goede moeten komen aan zo’n jongeman? Daarom blijf ik ook altijd zelf een beetje lesgeven en/of afstudeerders en stagiairs begeleiden en eigenlijk vind ik dat elke leidinggevende dit zou moeten doen. Het helpt mij in elk geval om alles wat je ‘hoog in de boom’ doet uiteindelijk af te meten aan de betekenis en relevantie daarvan voor die ene student en via hem of haar voor de beroepspraktijk. Je wordt dan zelf trouwens ook onderworpen aan dezelfde kaders en procedures als waaraan onze docenten zijn onderworpen. Deze participatie is misschien wel de krachtigste reflectie op je rol als bestuurder. Daarom begrijp ik ook niet (om nog even een knuppeltje in het hoenderhok te werpen) dat er leidinggevenden zijn die zelf zelden of nooit lesgeven dan wel een student begeleiden. Wat vind jij daar trouwens van?

Reacties 1 - 2 (2)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
Alex van der Zwart
08
December
2016
beste Jet,

ik kijk nu al uit naar je argumentatie waarom je als bestuurder geen les geeft.
groet,
Alex
Jet de Ranitz
07
December
2016
Betrapt! Ik geef geen les. Volgende keer zal ik uitleggen waarom niet. En ik hoop dat je een mooi gesprek had met de zoon van je vriend.
Hartelijks, Jet
Contact
photo:Nieuwsredactie Inholland
Nieuwsredactie Inholland
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws