Rotterdam,
11
oktober
2017
|
09:54
Europe/Amsterdam

Mbo-pabo doorstroomstudenten: ‘Je leert iets bij ieder vak’

De+Rotterdamse+wethouder+Hugo+de+Jonge+%28Onderwijs%2C+Jeugd+en+Zorg%29+met+doorstroomstudenten+mbo-pabo

Het doorstroomprogramma mbo-pabo voelt als een goede voorbereiding op de toelatingstoetsen voor de pabo. Dat was een conclusie van het gesprek tussen de Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge (Onderwijs, Jeugd en Zorg) en doorstroomstudenten op 6 oktober. Tijdens een van de lessen van het programma vroeg de wethouder de studenten het hemd van het lijf over hun ervaringen.

Het doorstroomprogramma mbo-pabo is een gezamenlijk initiatief van Inholland, Hogeschool Rotterdam, Thomas More Hogeschool, Zadkine en Albeda College, ondersteund door het Ministerie van OCW. Het programma bereidt mbo-studenten extra voor op de toelatingstoetsen en hbo-vaardigheden die nodig zijn om de pabo goed te kunnen doorlopen. Dit studiejaar loopt het doorstroomprogramma voor het eerst.

Beter voorbereid
Het gesprek tussen de wethouder en studenten leverde nuttige inzichten op. Ongeveer de helft van de deelnemende studenten is afkomstig van de mbo-opleiding Onderwijsassistent, de anderen van niet-onderwijsverwante mbo-opleidingen. Desondanks ervaren ze allemaal dat de vakken die extra worden geoefend hard nodig zijn. "Er is niet één vak waar je niets opsteekt. Je oefent dus met elk vak extra", stelde een student. Daardoor hebben de studenten het gevoel straks beter voorbereid aan de toelatingstoetsen voor de pabo te beginnen.

Stage: cruciaal of aanvullend?
Een van de discussiepunten waar langer bij werd stilgestaan was de stage. Voor studenten met een onderwijsassistent-achtergrond is de stage iets minder vernieuwend dan voor studenten die van niet-verwante opleidingen afkomstig zijn. De studenten zonder onderwijservaring zien de stage als een doorslaggevende toevoeging - ze kunnen zo net wat beter inschatten of ze klaar zijn voor de pabo en het basisonderwijs. Dat terwijl sommige studenten met onderwijservaring de stage meer als aanvulling zien. Zij hebben al een beeld van het werk en willen liever het vak rekenen extra uitdiepen. De studenten zien hier, met oog op de doorontwikkeling van het programma, ruimte voor maatwerk.

Tot slot gaven 21 van de 22 studenten – mede dankzij het doorstroomprogramma – aan al honderd procent zeker te weten dat ze een carrière voor de klas willen. "Een mooie score", vond projectleider Tamara de Vos van de Hogeschool Rotterdam.

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.