Den Haag,
05
oktober
2017
|
16:33
Europe/Amsterdam

‘Meer toezicht is niet automatisch beter’

Henk Breukink neemt afscheid na zes jaar voorzitterschap Raad van Toezicht

Henk+Breukink

“Inholland is terug in het hart van het onderwijs, en het onderwijs is terug in het hart van Inholland”, zei demissionair minister Bussemaker, dinsdag bij Inholland Den Haag tijdens het afscheid van Henk Breukink na zes jaar voorzitterschap van de Raad van Toezicht. “Er is veel gebeurd sinds 2011 en deze hogeschool laat zien dat het mogelijk is om in een aantal jaren enorme stappen te zetten, ook bij grote organisaties.”

De lof van de onderwijsminister, ook bedoeld voor de betrokken bestuurders en de rest van de organisatie, werd uitgesproken tijdens een inhoudelijk mini-symposium, dat Hogeschool Inholland organiseerde op verzoek van Breukink over ‘de spanning tussen in- en extern toezicht’. In zijn opinie zitten externe toezichthouders steeds nadrukkelijker op de stoel van interne toezichthouders, met alle gevolgen van dien. “De verhoudingen groeien scheef”, aldus Breukink. Hoe het anders kan en zou kunnen, gaf hij aan in zijn afscheidstoespraak.

Vertrouwen en tijd essentieel bij herstel
Volgens Breukink is het bij goed toezicht belangrijk om de verantwoordelijkheid voor het functioneren van een organisatie neer te leggen waar die hoort: bij de bestuurders en daarnaast bij hun interne toezichthouders. Vertrouwen en tijd, vroeg Breukink dan ook, vlak na zijn aantreden in 2011, aan het ministerie van Onderwijs, om Inholland weer op de rails te krijgen. “Het antwoord was niet alleen positief, maar er werd ook gevraagd waar het ministerie kon helpen.”

Bussemaker wilde niet doorschieten in nieuwe wetgeving, Inholland kreeg de ruimte om zelf orde op zaken te stellen. “De conclusie was proportioneel: de bestaande eisen met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs waren en zijn duidelijk; alleen werd er tot 2011 onvoldoende aan gewerkt. Doe je best en zet het recht en wij volgen je in hoe goed je dat doet, was de opdracht van de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs. Het kan dus ook anders.”

Openheid van zaken
Voorwaarde voor de ruimte die Inholland kreeg, was dat ze openheid van zaken gaf. Jet Bussemaker: “Dat heb ik ook ervaren. Jullie hielden niet langer de kaarten tegen de borst, maar deelden de informatie. Toen de Tweede Kamer keer op keer met vragen over Inholland kwam was ik als minister steeds goed in staat die te beantwoorden. Op deze manier kon ik jullie ook beschermen.”

Breukink concludeert, kijkend naar het heden, dat in andere sectoren het aantal externe toezichthoudende instanties groeit en dat er weinig toezicht is op deze instanties. “Het maatschappelijke effect is dat de burgers een vals gevoel van veiligheid wordt geboden omdat er een waakhond is aangesteld”, geeft hij aan. “De gedachte wordt gecreëerd dat er niet meer mis kan gaan.”

Weinig toezicht op het toezicht
Het beeld dat zich opdringt is niet dat van beter, maar van meer toezicht. Volgens Breukink kan het externe toezicht proportioneler, op basis van een gedegen analyse, met expliciete mogelijkheden voor beroep (die er nu niet zijn buiten een gang naar de rechter) en op basis van controleerbare taken. Verder doet hij een oproep aan de Tweede Kamer om niet ieder incident te verwelkomen met “grote, al of niet gespeelde, verontwaardiging”. “Mijn stelling is dat de leden van dit gremium hiermee noch zichzelf, laat staan de samenleving werkelijk verder helpen.”

Laat het talent in vrijheid vlammen
Pieter Duisenberg, sinds 1 oktober voorzitter van de VSNU, daarvoor Tweede Kamerlid voor de VVD, woordvoerder hoger onderwijs en wetenschap, vergelijkt in zijn betoog intern en extern toezicht met het bouwen van een vuur. “Je zet een paar zware takken aan de buitenkanten tegen elkaar: de interne en externe governance. Maar tussen die zware takken in moet het vuur, het talent, in alle vrijheid optimaal kunnen vlammen. Dat moet je dus niet verstikken door te zware takken te plaatsen.”

Daarvoor ziet Duisenberg veel kansen voor minder spanning en meer effectiviteit, zoals de dialoog tussen onderwijsinstellingen, externe toezichthouders en politici, die de laatste tijd veel meer open en frequent is, wat zorgt voor betere samenwerking en onderling vertrouwen. “Deze hogeschool heeft, niet alleen in 2011, maar ook daarna regelmatig proactieve de dialoog gezocht. Hierdoor was er een wederzijds constructieve houding ten aanzien van oplossingen en bleef overreageren uit. ” Daarnaast ziet hij dat er in de politiek meer focus is op de lange termijn, wat belangrijk is voor onderwijs en wetenschap die ruimte nodig hebben om hun strategie uit te voeren.

De aanwezigen deden ook het beroep op het moreel kompas van de toezichthouders. Zaken bespreekbaar maken, in contact blijven met de gemeenschap, durven communiceren, openheid, spelen een belangrijke rol om het toezicht goed te vervullen. Daarnaast is het van belang op de intuïtie te vertrouwen: “Als je ergens een niet-pluisgevoel bij krijgt, blijf er niet mee lopen maar maak het bespreekbaar”, aldus Bussemaker. Inge Brakman, onafhankelijk toezichthouder en voorzitter bij diverse profit- en non-profitorganisaties, pleitte dan ook voor een minder beleidsmatige aanpak. “Daardoor staat het verder van ons bed. Leer elkaar kennen, ook als toezichthouders onderling. En zie je een rode vlag? Ga eropaf, volg je intuïtie.”

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
Contact
photo:Nieuwsredactie Inholland
Nieuwsredactie Inholland
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws