Rotterdam,
06
juni
2017
|
15:12
Europe/Amsterdam

Ron schrijft Kees en Jet: minder bureaucratie is een illusie

Ron+Bormans+0915-002

Beste Jet, toen je me vroeg om ook een duit in het zakje te doen in de discussie over de Instellingstoets Kwaliteitszorg (ITK), voelde ik me vereerd. Dat sentiment werd evenwel al snel overwoekerd door de vraag: “Waarom ik?”. Herlezing van jouw eigen bijdrage gaf mogelijk een antwoord. In je uitnodiging aan Bert Verveld om zich in het debat te mengen maak je duidelijk te zoeken naar mensen die “de kont tegen de krib gooien”. Bert antwoordt daarop met een mooi, evenwichtig betoog, binnen de grenzen van het systeem. Hoop je dat ik die rol op me neem? Ik ga je teleurstellen als je een simpel ‘njet’ van me verwacht.

Legitimatie
Er was een tijd dat we als bestuurders iets moesten vinden van de keuze óf accreditering op opleidingsniveau óf accreditering op het niveau van de instelling. Ik heb me altijd een warm voorstander van het eerste getoond; daar manifesteert zich kwaliteit. Maar mijn opvatting leunt vooral op overwegingen van legitimatie. Het is belangrijk als school (nadrukkelijk een publieke taak vervullend) om te kunnen zeggen dat een externe instantie, met wettelijke verankering, namens de samenleving uitspreekt dat wat je doet, er toe doet en goed is. Veel crises in het publieke domein van de afgelopen tijd, zijn te duiden als 'legitimatiecrises'. De samenleving keerde zich af van haar publieke instituties. Een positieve accreditering legitimeert ons bestaan. En die legitimatie moet je willen verwerven, niet doordat je als instelling goed in elkaar zit – hoe belangrijk dat ook is – maar door in het onderwijs zelf te laten zien dat je doet wat je moet doen. Dus voor de keuze gesteld, kies ik altijd voor de opleidingaccreditering en tegen de ITK. Ook omdat van het vooruitzicht van minder bureaucratie weinig tot niets terecht komt: een veelgebruikte belofte die zelden waargemaakt wordt.

Accreditering
Overigens, ik zeg dat in de veronderstelling dat we echt zaak maken van wat de kern van accreditering is: kiezen wie je wilt zijn en dat geloofwaardig voor het voetlicht brengen (standaard 1), laten zien hoe je vanuit dat gegeven je onderwijs inricht en bemenst (standaard 2) en laten zien dat je levert vanuit dat uitgangspunt (standaard 3 en 4). Accreditering is op die manier een instrument in het kader van de doctrine van de Commissie Veerman: variëteit en kwaliteit vormen een heilige eenheid, variëteit is een vorm van kwaliteit. Ik sluit daarmee aan bij het overtuigende betoog van Bert Verveld: elke instelling, elke opleiding heeft zijn eigen DNA en instellingen en opleidingen moeten daarop beoordeeld worden.

Ron Bormans, collegevoorzitter Hogeschool Rotterdam
Een positieve accreditering legitimeert ons bestaan. En die legitimatie moet je willen verwerven, niet doordat je als instelling goed in elkaar zit – hoe belangrijk dat ook is – maar door in het onderwijs zelf te laten zien dat je doet wat je moet doen.
Ron Bormans, collegevoorzitter Hogeschool Rotterdam

Het valt overigens nog niet mee mijn eigen organisatie ervan te overtuigen dat we veel meer aandacht moeten hebben voor standaard 1 in plaats van de fixatie die we de afgelopen 7 jaren hebben gehad op standaard 3 (later 3 en 4). De echte kwaliteit bestaat uit het zelfbewust formuleren van wie je wilt zijn en wat je wilt leveren, in plaats van de risicomijdende manier waarop standaard 1 vaak opgeschreven wordt: wat ik doe is legitiem omdat we het allemaal zo doen… De tendens om te uniformeren zit in ons allen, ook omdat dat een 'veilige' manier van werken is, in een samenleving waarin je klaarblijkelijk kwetsbaar bent als je bijzonder wilt zijn.

Prestatieafspraken
En als ik niet moet kiezen tussen ITK en opleidingaccreditering? Zie ik dan ruimte voor een ITK? Recente ervaringen met systeembrede evaluaties die abstraheren van de opleiding stemmen mij niet vrolijk. Minder cryptisch: de ervaring met de prestatieafspraken stemmen mij somber. Die systematiek laat zien hoe in systeembrede evaluaties het risico van uniformering op de loer ligt en hoe snel niet het eigen profiel centraal staat, maar – in dit geval een buitengewoon willekeurige – nationale maatstaf. Ik heb me daarbij overigens nog het meest opgewonden over het feit dat steeds de Commissie Veerman wordt aangehaald om die systematiek te legitimeren. Nou, niets is minder waar. De commissie adviseert letterlijk om relatief goede prestaties die “corresponderen met de door de instelling gekozen missie” moeten worden beloond (aanbeveling 2). Dat is wat anders dan straffen op basis van een op voorhand onbekend uniformerend algoritme, zonder enig respect te tonen voor de uniciteit van onze hogescholen.

Instellingstoets 2013
Minder bureaucratie is een illusie, de toegevoegde waarde ten opzichte van de accreditering van de opleidingen is beperkt, het risico van de maat genomen worden met een uniforme meetlat is groot en – bijkomend argument – het is druk op het speelveld van externe beoordelingen: de voortrollende NVAO-cyclus, we schrijven een jaarverslag, de accountant kijkt met ons mee, de Inspectie van het onderwijs, de Reviewcommissie. Waarom spreek ik me dan niet vierkant uit tegen de ITK. Simpel, omdat de laatste beoordeling door de NVAO van onze hogeschool in 2013, een voorbeeld was hoe het moet. En dan zie je dat het echt helpt. In een tijd dat we met een indringende heroriëntatie van onze strategie bezig waren, durfde de commissie dat als uitgangspunt te nemen, vond die heroriëntatie geloofwaardig en hield ons vanuit dat gegeven buitengewoon kritisch de spiegel voor. Met een open stijl van vragen stellen hoe we werken aan kwaliteit. Het resultaat was dat we onszelf echt in de spiegel zagen staan. En we zagen dat veel goed ging én dat zaken beter moesten.

Dus?
We kunnen goed zonder de ITK, is mijn opvatting. Het is druk zat in het ‘verantwoordingslandschap’. Maar als ik zeker weet dat we weer die kwaliteit van de NVAO krijgen die we in 2013 gehad hebben, doen we enthousiast mee. Als Hogeschool Rotterdam erkend wordt in haar deels unieke profiel - gezien het feit dat haar opdracht gekleurd wordt door haar Rotterdamse omgeving - dan stellen we ons graag kwetsbaar op.

Groeten, Ron Bormans, collegevoorzitter Hogeschool Rotterdam.

Over deze blog

In deze blog delen Jet de Ranitz (collegevoorzitter Hogeschool Inholland) en Kees Boele (collegevoorzitter Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) wat hen bezighoudt en voor welke uitdagingen ze staan. Als bestuurders van een hogeschool bevinden Kees en Jet zich in een dynamische omgeving en is geen dag hetzelfde. Zowel op bestuurlijk niveau maar juist ook tijdens de dagelijkse gang van zaken. Ze schrijven elkaar tweewekelijks over de mooie en minder mooie momenten in hun functie. Kunnen ze van elkaar leren?

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.