Amsterdam,
09
april
2018
|
12:17
Europe/Amsterdam

Vereniging Hogescholen en minister OCW sluiten sectorakkoord hbo 2018

Jet+de+Ranitz+%28collegevoorzitter+Inholland%29+en+Mirjam+van+Praag+%28collegevoorzitter+VU%29+ontvangen+minister+Ingrid+van+Engelshoven++in+het+OZW-gebouw

Vandaag is het sectorakkoord hbo 2018 door Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen en Ingrid van Engelshoven, minister van OCW getekend bij Inholland in het OZW-gebouw in Amsterdam. In het akkoord zijn de kwaliteitsafspraken hoger onderwijs, de wijze van profilering van de hogescholen en de gedeelde prioriteiten voor de periode 2019 tot 2022 vastgelegd.

De Graaf: “Wij zijn positief over de toevoeging van de studievoorschotmiddelen en de wijze waarop de kwaliteitsafspraken worden ingevuld: niet topdown maar binnen de hogescholen zelf. Hier spreekt vertrouwen in de hogescholen uit: besturen, docenten, onderzoekers en studenten zetten zich gezamenlijk in. Iedereen moet zich wel realiseren dat tegenover de extra studievoorschotmiddelen nog ombuigingen staan van zowel het vorige als het huidige kabinet.” De landelijke studentenorganisaties ISO en LSVb zijn mede-ondertekenaars van de afspraken in het akkoord over de inzet van de studievoorschotmiddelen de komende jaren.

Studievoorschotmiddelen investeren in onderwijskwaliteit
Hogescholen hebben door het doen van voorinvesteringen al een impuls gegeven aan de kwaliteit van het hoger onderwijs, en met de inzet van de middelen van het studievoorschot willen zij deze impuls continueren en verder uitbouwen. Hogescholen zetten daarbij in op thema’s als intensivering van het onderwijs, talentontwikkeling, docentkwaliteit, studiesucces en onderwijsfaciliteiten. Deze thema’s vertalen de instellingen op lokaal niveau in concrete voornemens. Dat gebeurt in een dialoog tussen studenten, docenten, en relevante externe belanghebbenden. De instelling laat vervolgens in een plan zien welke voornemens zij met de inzet van de studievoorschotmiddelen heeft tot en met 2024.

Meerwaarde van het hbo
Het sectorakkoord is een steun voor de ontwikkeling van het hbo. Naast de kwaliteit, gaat het om het versterken van het praktijkgericht onderzoek, versterking van internationalisering en de rol van hogescholen bij leven lang leren. Door de extra investeringen in praktijkgericht onderzoek kunnen hogescholen hun maatschappelijke impact vergroten en het onderwijs versterken. Daarom werken hogescholen aan de verdere versterking en het uitbouwen van praktijkgericht onderzoek, samen met andere kennisinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Dit gebeurt door te zorgen voor groei (aantal en omvang) van lectoraten en toename van het aantal betrokken studenten en docenten. Ook wordt er blijvend ingezet op de verdere profilering van de hogescholen, zowel ten aanzien van onderwijs als praktijkgericht onderzoek, en zwaartepuntvorming met de Centers of Expertise en het starten van nieuwe Centers of Expertise. De hiervoor beschikbare profileringsmiddelen (de “2% middelen”) worden door hogescholen zelf ingezet voor het vormgeven van (verdere) profilering en zwaartepuntvorming.

Een toegankelijk hbo
De hogescholen blijven zich inzetten op het verbeteren van de doorstroom vanuit het mbo, havo en vwo naar het hbo. Dat gebeurt in de regio en in nauwe samenwerking met de andere onderwijssectoren. Verder is er meer ruimte ontstaan om het aanbod aan associate degrees en masters uit te bouwen. Dit vergroot de aantrekkelijkheid van het hbo voor leerlingen uit het mbo, havo en ook het vwo. Ook zullen de hogescholen verder werken aan flexibilisering van leerroutes ook over de grenzen van opleidingen en instellingen heen.

Doorontwikkeling hbo in het stelsel
De hogescholen vinden het belangrijk dat in het verlengde van dit sectorakkoord wordt geïnvesteerd in een traject voor de doorontwikkeling en verdieping van het advies van de commissie Veerman, gericht op meer ruimte voor differentiatie en profilering en het bevorderen van gelijke kansen en keuzeruimte voor studenten in het stelsel. Onderdeel hiervan is onder meer een verkenning naar de verdere verdieping van onderwijs en onderzoek in het hbo binnen het stelsel, in lijn met de agenda van de commissie Veerman. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om grotere differentiatie in het portfolio en de ontwikkeling van een voor het hbo specifieke derde cyclus.

Inzet van studenten, docenten en onderzoekers onontbeerlijk
Dit sectorakkoord kan geen werkelijkheid worden zonder de inzet van docenten en onderzoekers in het hoger beroepsonderwijs. De hogescholen zullen er zorg voor dragen dat de medezeggenschap goed is gefaciliteerd om de dialoog met de instelling goed te kunnen voeren, zoals met het versterken van de professionaliteit van de medezeggenschap en het faciliteren van voldoende tijd.

Financiële middelen
In 2017 besteedde de overheid ruim 2,8 miljard euro aan de bekostiging van hogescholen (excl. groen onderwijs). Door bezuinigingen van het vorige en het huidige kabinet (bij een vrijwel constant studentenvolume volgens de referentieramingen 2017) daalt de komende jaren dit macrobudget exclusief de studievoorschotmiddelen. Door de invoering van het studievoorschot is vanaf 2018 het budget verhoogd met 115 miljoen euro, oplopend tot 341 miljoen euro in 2024. Hierdoor wordt de daling van het hbo-budget omgebogen in een beperkte netto toename. Daarnaast komen extra middelen beschikbaar voor praktijkgericht onderzoek.

Sectorakkoord hoger beroepsonderwijs 2018 (pdf)

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.